6 maart 2026
Wat betekent het uitstel van het verbod op verbrandingsmotoren voor fleetmanagers?

De Europese Commissie heeft bekendgemaakt dat het geplande verbod op de verkoop van voertuigen met verbrandingsmotor, oorspronkelijk voorzien voor 2035, wordt afgezwakt. Dit houdt in dat ook na 2035 auto’s met een klassieke motor kunnen blijven bestaan, op voorwaarde dat ze bijzonder efficiënt zijn of werken met hybride technologie of biobrandstoffen. Voor ondernemingen, fleetbeheerders en bestuurders creëert dit extra speelruimte om hun mobiliteitsstrategie te bepalen. Toch blijft de overstap naar elektrische mobiliteit essentieel om de Europese klimaatdoelstellingen richting 2050 te halen. Hieronder bekijken we welke gevolgen deze versoepeling met zich meebrengt, hoe de fiscaliteit voor bedrijfswagens evolueert, en welke rol slimme mobiliteitsoplossingen kunnen spelen..
Wat verandert er concreet aan het aanbod van voertuigen met verbrandingsmotor?
Dankzij de aangepaste regelgeving krijgen constructeurs meer tijd om hun gamma breed te houden. Auto’s met zuinige benzine of dieselmotoren, hybride modellen en voertuigen die op biobrandstoffen rijden, kunnen dus langer op de markt blijven. Ondertussen schuiven volledig elektrische modellen steeds verder op richting mainstream.
Voor zowel bedrijven als particulieren haalt dit de druk weg rond een snelle waardevermindering van bestaande verbrandingsmotorwagens. Daarnaast blijft de ontwikkeling van betaalbare elektrische stadswagens gestimuleerd worden, zodat de overgang naar emissievrije mobiliteit op koers blijft.
Hoewel hybrides doorgaans duurder en zwaarder zijn, geeft de langere overgangsperiode bedrijven meer tijd om hun vloot geleidelijk te elektrificeren, zonder dat dit directe grote investeringen vraagt.
Wat zijn de gevolgen voor bedrijfswagens en fiscaliteit?
Naast technologische evoluties veranderen ook een aantal fiscale parameters. Zo werd onlangs de referentie CO₂ uitstoot voor fossiel aangedreven voertuigen opnieuw bijgesteld. Het gevolg: het belastbaar voordeel voor deze wagens stijgt, waardoor medewerkers netto iets minder overhouden.
Elektrische voertuigen blijven daarentegen fiscaal bijzonder interessant. Bij de berekening van het voordeel van alle aard vallen ze onder het minimumpercentage. Voor hybrides wordt enkel naar de verbrandingsmotor gekeken, waardoor ze fiscaal minder gunstig worden dan volledig elektrische opties.
Deze combinatie van fiscale prikkels en technologische trends stimuleert bedrijven en medewerkers om elektrische of duurzame voertuigen steeds meer in overweging te nemen.
Hoe kunnen slimme mobiliteitsoplossingen helpen?
Door de evoluerende regelgeving en verschillende aandrijftechnologieën wordt het beheren van een wagenpark complexer. Slimme mobiliteitsoplossingen kunnen dit vereenvoudigen. Denk aan tankkaarten, laadpassen, digitale dashboards en andere tools die helpen bij het overzichtelijk beheren van gemengde vloten—van elektrisch tot hybride en traditioneel.
Het mobiliteitsbudget vormt daarnaast een waardevol alternatief voor een klassieke bedrijfswagen. Werknemers kunnen het besteden aan elektrische (deel)fietsen, openbaar vervoer, deelauto’s of andere milieuvriendelijke verplaatsingsvormen. Zo kunnen bedrijven hun duurzaamheidsdoelen combineren met fiscale voordelen én een flexibel HR beleid.
Mobiliteit van de toekomst: een realistische en flexibele aanpak
De uitgestelde deadline voor het verbod op verbrandingsmotoren geeft organisaties extra tijd om hun wagenpark op een verstandige manier te moderniseren. De elektrificatie stopt niet, maar verloopt nu in een tempo dat haalbaar blijft voor werknemers én werkgevers.
Met een doordachte mix van voertuigen en ondersteunende mobiliteitsoplossingen kunnen bedrijven zich soepel aanpassen aan nieuwe wetgeving, hun vloot toekomstgericht beheren én aantrekkelijk blijven voor medewerkers die duurzame mobiliteit belangrijk vinden.
Deze bijsturing van het Europees beleid opent dus de deur naar een pragmatische aanpak van mobiliteit: flexibel, efficiënt en duurzaam.